Het nieuwe Rijksmuseum: Wordt de kunst daadwerkelijk ontsloten?

De voorbereidingen voor mijn bezoek aan het Nieuwe Rijksmuseum beloven veel goeds: e-tickets en de fraaie app voor de smartphone zijn snel geregeld. Het museum stelt zichzelf een dubbele taak van belangrijk rijksmonument én hoogwaardig museum dat voldoet aan de hoogste eisen van techniek, musealiteit en klantvriendelijkheid. Na het bezoek constateer ik dat de beoogde klantvriendelijkheid alleen afhankelijk is van de medewerkers, want de toegankelijkheid en gebruiksvriendelijkheid van het museum zelf vallen tegen.

Op het Museumplein vind ik de museumingang pas na het waarnemen van beveiligers met gele pakken bij het fietspad onder het museum. Zij herinneren mij aan de media-aandacht voor de combinatie van bezoekersstromen van het museum en de gehaaste Amsterdamse fietsers. Maar welke van beide wachtrijen en ingangen zal ik kiezen? Op een drukke  en regenachtige dag als deze moeten bezoekers ongeacht hun e-ticket in de regen op de toegang wachten.

Bij de draaideur die toegang biedt aan het museum kruisen de in- en uitgaande bezoekersstromen. Bovendien is er ook vanuit de andere zijde van het museum een rij voor dezelfde draaideur ontstaan, of is dit het rijtje voor e-tickethouders en museumjaarkaartbezitters?

Eenmaal binnen vraag ik mij af of het door het overweldigende atrium komt of door het vergeefs gelijktijdig zoeken naar bewegwijzering, dat ik de slecht zichtbare traptreden bijna afrol?

Mijn aandacht wordt vanzelf naar de kunstwerken geleid door een slimme combinatie van wandkleuren en verlichting.

Zelfs de antracietkleurige brandblusser kan niet afleiden.

De Rijksmuseum app leidt mij gebruiksvriendelijk langs de hoogtepunten van het museum, ondanks de soms haperende internetverbinding. Voor de overige kunststukken wacht ik geduldig op een kans om de toelichting bij het kunstwerk op een meter afstand te kunnen lezen. Een breder en groter lettertype had meer tijd en aandacht geboden voor het kunstwerk zelf. In een enkel geval hangt de toelichting zelfs 5 m verwijderd van het kunstwerk.

Bij een uitgebreid bezoek loopt de bezoeker het museum haast ongemerkt drie keer in en uit, terwijl deze slechts naar een ander museumdeel op de begane grond wil en wordt het entreebewijs telkens gescand. Zou het bezoekersaantal van 300.000 personen in de eerste maand na opening wel kloppen?

In de ontvangsthal moet ik zoeken naar de garderobe. De conventies van garderobes die ik ken van theaterbezoeken gaat hier niet op. Ik moet mijn jas op een andere plaats ophalen dan waar ik hem bracht. Het lage verlichtingsniveau in dit donkere gebied en de toegepaste kleuren van de inrichting deden het ergste vrezen voor het terugvinden van mijn bezittingen, maar het ticket-systeem blijkt dit gelukkig te kunnen compenseren.

Conclusie: het is een prachtig museum en fraai historisch gebouw. De bezoeker moet beschikken over een bovennatuurlijk ruimtelijk inzicht, optimale oogcorrectie en wat geduld ter compensatie van de ongemakken. De medewerkers in het publieksgebied moeten een engelengeduld hebben om de voor de hand liggende vragen naar de weg in het museum vriendelijk te beantwoorden en om bezoekers soms letterlijk op te vangen.

28 juni 2013 - door drs Kirsten Schreibers EurErg

Delen: