Heeft het zebrapad nog nut?

Op LinkedIn speelt zich momenteel een interessante discussie af over het nut van zebrapaden. Deze discussie rond de zin van zebrapaden legt een dilemma bloot. Enerzijds stelt Berrie den Brinker dat het zelfstandig deelnemen aan het verkeer een essentieel onderdeel vormt van de kern van het VN verdrag inzake de rechten van mensen met een beperking. Het weghalen van zebrapaden vindt hij daarom geen verstandige maatregel. Anderzijds laten bovengenoemde Noorse cijfers zien dat zebrapaden zonder aanvullende maatregelen schijnveiligheid bieden, en eerder gevaarlijker zijn. Aangenomen dat de Noorse cijfers enigszins van toepassing zijn op de Nederlandse situatie, lijkt het overal aanleggen van zebrapaden met verkeersremmende maatregelen duur en het bevordert de verkeersdoorstroming niet.

Wat nu? Voor mensen zonder beperking lijkt het spaarzaam maar gericht toepassen van zebrapaden met verkeersremmende maatregelen bij risicopunten een haalbare en verstandige oplossing. De zebrapaden die overblijven krijgen dan automatisch een hogere risico-perceptie bij alle weggebruikers. Op de andere punten kunnen niet-beperkte voetgangers zich goed redden. Maar is dit voldoende voor voetgangers met een visuele, auditieve, cognitieve of motorische beperking? Nee. Voor deze groepen is het noodzakelijk dat er ‘volledige’ veilige paden beschikbaar zijn. Een veilig pad kan bijvoorbeeld met een aanvraagknop op een VRI gecreëerd worden. Een volledig pad betekent dat het fietspad hier dus niet van uitgezonderd kan worden. Ook is het sterk aan te bevelen om het volledige pad in zijn geheel aan te bieden, en niet in delen. ‘Lokgroen’ wordt door Den Brinker terecht als onwenselijk genoemd, maar ook het effect van een verwachting dat als het eerste deel van een pad op groen komt, dan ook het tweede wel zal volgen, mag niet vergeten worden.

Overigens heb ik hier bewust over ‘paden’ en niet over ‘zebrapaden’. Is de volgende indeling een idee? Ik ben geen verkeerskundige, maar bekijk dit vanuit human factors perspectief:
⁃ Zebrapad: geen VRI, wel andere verkeersremmende maatregelen bij minder complexe verkeerssituatie en een hoog voetgangersaanbod.
⁃ VRI met kanalisatiestrepen (geen zebrapad) bij meer complexe verkeerssituatie en/of op plaatsen met een lager voetgangersaanbod.

De VRI wordt dan voor voetgangers alleen met aanvraagknop (of detector) en rateltikker uitgevoerd, en zoals betoogd ook bij een eventueel fietspad om een volledig veilige oversteek aan te bieden. De reactie van de VRI op een aanvraag door een voetganger dient dan te zijn: direct groen of bij complexe verkeerssituatie visuele en auditieve terugkoppeling over resterende duur tot groen. Op plaatsen met een laag voetgangersaanbod staat het voetgangerslicht standaard op rood (tot een aanvraag), en toont het voor de andere weggebruikers knipperend oranje om de doorstroom niet te belemmeren (en rood bij een voetgangersaanvraag, waarbij een aandachtspunt wel de attentiewaarde van de overgang van knipperend oranje naar rood is). Hetzelfde principe kan toegepast worden op complexe plaatsen in de rustigere uren.

Overigens kan op plaatsen met een laag voetgangersaanbod ook gedacht worden aan (reeds bestaande) oplossingen met een zebrapad, waarbij de voetganger met een aanvraagknop of detector de knipperende lampen rond een bord voor het zebrapad kan activeren, voor een hogere attentiewaarde. Deze oplossing kan echter ‘inflatie’ betekenen voor plaatsen met een zebrapad, waar de situatie zo is dat dergelijke borden niet nodig zijn.

Het hogere doel van bovenstaande indeling is uniformiteit in keuze voor en uitvoering van zebrapad en VRI, zodat voor alle voetgangers een veilige oversteek gerealiseerd kan worden, en voor alle verkeersdeelnemers een passende risicoperceptie ontstaat, zonder dat de doorstroming onnodig belemmerd wordt.

3 september 2015 - door drs Richard van der Weide EurErg

Delen: