Een museum zonder licht

In Soesterberg is het Nationaal Miltair Museum (NMM) geplaatst. Het is een combinatie van het Militaire Luchtvaart Museum uit Soesterberg en het Legermuseum uit Delft. Een topmuseum over alles wat met het leger te maken heeft.

Het is een imposant gebouw dat in de ruime vlakte van de voormalige militaire vliegbasis Soesterberg ligt. Je komt binnen in een grote hal met hoge ramen waar vliegtuigen aan het dak hangen. Rondom het museum is bijvoorbeeld een oude verkeerstoren en staan allerlei vliegtuigen en tanks.
Als je binnen staat kijk ik tegen de felle laagstaande zon naar de vliegtuigen die zwarte schaduwen worden. Hoge ramen hebben voordelen en …….

Het NMM heeft ook zalen met kleinere materialen zoals geweren, kostuums, of de geschiedenis van het leger. Ik loop vanuit het heldere museum een donkere zaal in waar geweren en mortieren tentoongesteld staan in vitrines. Terwijl ik bang ben tegen iets aan te lopen gloeit er licht op. Nu kan ik een vitrine bekijken. Het licht blijft echter zwak. Terwijl ik iets probeer te lezen dooft het licht weer. Als ik dan maar verder loop gaat het licht ineens weer aan.

Een vriendelijke suppoost vertelt me dat het aan- en uitgaan van het licht je moet stimuleren verder te kijken. Voor mij betekent het dat ik niets echt goed kan bekijken want ook op volle sterkte is het licht zwak en slecht verdeeld. De suppoost heeft het al veel vaker gehoord en ook doorgemeld.
In een andere ruimte blijft het licht wel continu branden maar heerst een knusse sfeer. Het is er kroegachtig donker. De mooie kleuren van de kostuums zijn maar net zichtbaar.

Motto van deze ervaring: imposant of gezellig hoeft niet altijd functioneel te zijn. Goed licht moet aan allerlei eisen voldoen en het hangt ervan af wat je wilt zien: de uitgang in een tunnel, letters op een beeldscherm, objecten in een vitrine of supermarktschap, of gezichten van collega’s in een werkruimte. Ook reageert ons bioritme op verlichting. Hoeveelheid, kleur en richting van het licht moet je per situatie bepalen. 

26 februari 2015 - door drs David de Bruijn EurErg

Delen: