Rail & OV

Snel Passeren

Intercity’s en stoptreinen rijden vaak achter elkaar over hetzelfde spoor. Bij een bepaald station passeert de intercity, die sneller doorrijdt, de stoptrein. Als zij volgens het spoorboekje rijden, hebben ze geen last van elkaar. Maar een kleine afwijking is al genoeg om elkaar te hinderen.

De intercity moet inhouden achter de stoptrein of de stoptrein kan niet vertrekken omdat de intercity nog langs moet komen. Dit heeft al met al veel invloed op de capaciteit van het baanvak. Eigenlijk moeten de treinen zo dicht mogelijk (in tijd en afstand) op elkaar rijden en dit is het doel van het project Snel Passeren. Dit gaat echter niet zonder aanvullende ondersteuning voor de betrokken machinisten.

ProRail SpoorOntwikkeling heeft een aantal maatregelen voor Snel Passeren ontwikkeld. Intergo is gevraagd deze maatregelen vanuit het perspectief van het treinpersoneel te evalueren op effectiviteit en mogelijke neveneffecten (positief dan wel negatief).

Aanpak

Bij de evaluatie is onder meer gebruik gemaakt van het simulatieprogramma MATRICS, waarin machinisten en treindienstleider ieder hun rol spelen. Intergo heeft zowel de simulaties procesmatig begeleid (opstellen draaiboek, organisatie van de simulatiesessies) als inhoudelijk bijgedragen aan de evaluatie (formuleren verwachtingen aan de hand van scenario’s, inhoudelijke evaluatie).
Onderzochte ondersteunende maatregelen zijn:

  • RouteLint (in diverse uitvoeringen): een systeem dat de machinist een elektronische blik vooruit biedt op de verkeerssituatie en de positie van andere treinen;
  • Snelheidsadvies aan de machinist van de intercity, afgegeven door de treindienstleider;
  • Snelheidsadvies aan de machinist van de intercity op basis van doorkomsttijd op een specifiek punt op het traject;
  • Teller als hulpmiddel voor de stoptreinmachinist om op het ideale moment (tijd en afstand) te vertrekken vanaf het station waar de passage plaatsvindt;
  • Instructie aan de stoptreinmachinist in combinatie met bepaald seinbeeld langs het traject.

De evaluatie ging in op:

  • Effectiviteit en efficiëntie van het proces van Snel Passeren;
  • Informatiebehoefte van de betrokken partijen (treindienstleider, machinist intercity, machinist stoptrein, hoofdconducteur stoptrein, reizigers stoptrein);
  • Werkbelasting van de betrokken treindienstleider;
  • Veilig rijden door de machinist (intercity, stoptrein);
  • Veilig vertrek van de stoptrein.

Resultaat

Uiteindelijk bleek de uitvoering van RouteLint met snelheidsinformatie het meest bij te dragen aan de doelstellingen van Snel Passeren. Ook is duidelijk geworden dat een versnelling van het vertrekproces van de stoptrein naar verwachting bereikt kan worden door o.a. de conducteur inzicht te bieden in het proces van vrijgeven van de zogenaamde rijweg van de trein voorafgaand aan het daadwerkelijk vertrek van de trein.
De ervaringen in de simulaties gaven verdere onderbouwing aan het feit dat de rol van de mens vaak doorslaggevend is voor het succes van een technische oplossing.

De opdrachtgever gaat met de uitkomsten van de evaluatie een volgende fase in: een praktijktest met de als beste naar voren gekomen maatregelen.