Rail & OV

Veilige snelheid bij spooronderhoud

ProRail wil het veiligheidsniveau bij het werken aan het spoor verhogen. ProRail wilde weten met welke maatregelen en bij welke snelheid van een passerende trein er toch onderhoudswerk gedaan kan worden.

Aanpak

Als eerste is een standaard werksituatie gedefinieerd. Hierin zijn aannames en randvoorwaarden opgenomen ten aanzien van de plaats waar aan het spoor gewerkt wordt, de aard van het werk en de ervaring van baanwerkers. Vervolgens is een analyse van mogelijke fouten gemaakt. Elke fout heeft een kans dat deze op kan treden. Een enkele fout veroorzaakt meestal nog geen ongeluk, maar een opeenvolging van fouten kan wel tot een ongeluk leiden. De mogelijke fouten zijn daarom in een zogenaamde foutenboom gezet. Doordat de kans op een enkele fout ‘bekend’ is, kan ook berekend worden wat de kans is op een serie van fouten die tot een fataal ongeluk leidt.

Resultaat

Conclusies waren dat elke snelheid van een passerende trein in principe tot zwaar letsel of erger leidt als een baanwerker wordt geraakt door een trein. Met name het onvoorspelbare gedrag van een baanwerker, hoe ervaren ook, is de bepalende factor of een ongeluk daadwerkelijk gebeurt. Dit pleit voor het principe ‘geen passerende treinen als men aan het spoor werkt’. Maar geen passerende trein was geen maatschappelijk haalbare optie.
Daarom is een set maatregelen en voorwaarden gedefinieerd waarbij het wel mogelijk is een trein met gematigde snelheid te laten passeren als men aan het spoor werkt. Deze maatregelen en voorwaarden liggen op het gebied van de vereiste afscherming tussen mens en trein, aard en organisatie van het uit te voeren werk en de manier waarop de veiligheid rondom een werkzone is georganiseerd.