Zorg verlenen is topsport

“Voor dag en dauw opstaan en constant scherp zijn. Continu ervaar je de druk om te presteren, je wil je teamleden niet in de steek laten. Je bent constant bezig met alles checken en dubbelchecken. Fouten maken mag niet, want dat kan grote consequenties hebben.”

Niet alleen topsporters zoals Tom Dumoulin, Ellen Hoog of Arjen Robben zullen zich hierin herkennen, maar ook verpleegkundigen en artsen. Laten we zorg verlenen daarom ook als topsport benaderen. Dit is een oproep om zorgverleners zo te faciliteren zodat ze die topprestatie ook daadwerkelijke kunnen leveren die van ze verwacht wordt.

Voldoende rust & hersteltijden

Er is een reden waarom een voetbalwedstrijd maar 2 x 45 minuten duurt en de tour de France niet langer dan 3 weken. Het lichaam heeft namelijk zijn fysieke en mentale beperkingen. Het is onmogelijk om 24/7 fit en scherp te zijn. Waarom verwachten we dat dan wel van onze doktoren in 24-uursdiensten? Een piek- en duurbelasting is op sommige momenten niet erg, zolang er maar voldoende rust- en herstelmomenten zijn. Deze psychofysiologische wetten van het menselijk lichaam negeren is roofbouw plegen op het menselijk lichaam. Daarom is het goed om in kaart te brengen hoe het menselijk lichaam reageert op werkbelasting en stress, op welke momenten en onder welke omstandigheden. Met deze kennis kunnen we vervolgens roosters, werkomgevingen en takenpaketten goed op elkaar afstemmen voor een optimale prestatie.

Teamprestatie

Succesvol zijn, in het werk of in sport, is een prestatie van het collectief. Het (waarschijnlijk) mislopen van het WK voetbal in Rusland is niet toe te schrijven aan een individu binnen Oranje. Zo is het onderpresteren van zorgorganisaties op het gebied van kwaliteit en veiligheid ook zelden het primaire gevolg van individuele menselijke tekortkomingen. Het is het logische gevolg van een samenspel van veel factoren waar iedereen een aandeel in heeft. Van de afdeling inkoop, via het medisch specialistisch bedrijf tot de afdeling P&O, allemaal hebben ze invloed op het succesvol zijn van een zorgorganisatie. Individuen verantwoordelijk houden voor slechte prestaties en patiëntveiligheid ondermijnd dit gegeven. Incidentenanalyses moeten zich daarom richten op de systeemkwetsbaarheid van organisaties, en niet primair op het individueel handelen van een persoon.

Niets aan het toeval overlaten

Elke topsporter wil graag ‘in control’ zijn. Op het moment dat je ad hoc achter de feiten moet aanrennen, weet je dat je de wedstrijd al aan het verliezen bent. Daarom besteden sporters en hun begeleiders veel tijd aan het trainen, simuleren en analyseren van risico’s. Ook zorgverleners willen niets aan het toeval overlaten. Reactief opereren in een complex speelveld als de gezondheidszorg is onwenselijk. Daarom moet goed in kaart worden gebracht aan welke risicoscenario’s onze zorgverleners worden blootgesteld en welke ‘barrières’ we kunnen ontwerpen om risico’s te beheersen. Daarvoor moet de focus liggen op het prospectief benaderen van de risico binnen een zorgorganisatie.

Hier heb ik 3 aandachtspunten genoemd voor de zorg middels een sportanalogie. Maar wat zou de zorg volgens u nog meer kunnen leren van topsport? Of andersom, wat kan de topsport leren van de gezondheidszorg? Ik nodig u uit om te reageren, hieronder of per mail naar: kamps@intergo.nl

28 april 2017 - door Gert-Jan Kamps MSc

Delen: